Stad 3
Breda bezet als 9de gemeente van Nederland de 32ste plaats op de woonaantrekkelijkheidsindex. Daarover schreef ik vorige week.
Deze week kijken we naar de bevolking, de groei, de diversiteit in de bevolking, het opleidingsniveau, de vergrijzing en de verjonging van de beroepsbevolking, het zgn. Human Capital en het aandeel kansarmen.
Breda had in 2008 170.960 inwoners en laat in de afgelopen 5 jaar flinke groei t.o.v. het gemiddelde van de 50 grote gemeenten. Deze bevolkingsgroei zie ik niet terug in de diversiteitscijfers. Het aantal allochtonen blijft met ongeveer 10% onder het landelijk gemiddelde.
Kijken we naar het opleidingsniveau dan zien we dat het aantal laagopgeleiden met 21% van de beroepsbevolking net onder het landelijk gemiddelde scoort, ongeveer 5,5% hiervan moet tot de groep van de laagstopgeleiden worden gezien. Ook het aantal middelbaar opgeleiden zit een fractie onder het gemiddelde met 40% van de beroepsbevolking. Het aantal hoogopgeleiden scoort met 39% net boven het gemiddelde.
De vergrijzing neemt net als het landelijk gemiddelde toe. Het aantal 55-64 jarigen beslaat 17% van de potentiele beroepsbevolking (dus hierbij ook de uitkeringsgerechtigden) Hiermee scoort Breda enkele procenten hoger dan het landelijk gemiddelde.
De verjonging van de beroepsbevolking neemt al weer jaren af en is nu gedaald tot 21% van de potentiele beroepsbevolking. De daling van de verjonging is sterker dan de stijging van de vergrijzing.
Het Human Capital geeft de omvang van de creatieve klasse en nerds t.o.v. de beroepsbevolking weer.
Hier zien we een, bij zowel de creatieve klasse als de nerds, achterblijvende groep. De creatieve klasse scoort hier nog het best met enkele procenten onder het landelijk gemiddelde en een 19de plaats op de ranglijst van 50 grootste gemeenten maar bij de nerds wordt het verschil toch groter zien we Breda pas op een 37ste plaats.
Het aandeel kansarmen blijft al jaren op hetzelfde niveau en daarmee zit Breda onder het gemiddelde.
Dit laatste verbaast mij. Hoeveel programma's zijn er de laatste jaren niet opgestart om juist de kansarmen de gelegenheid te bieden om uit die hoek te komen! Wat is het effect? Hoe wordt dit geƫvalueerd en wat wordt er van geleerd? Lijkt mij een punt om verder uit te zoeken en later op terug te komen. Ben ook wel benieuwd wat jullie als lezer hiervan vinden en welk materiaal jullie kunnen bijdragen.
Wat mij daarnaast opvalt is de behoorlijke bevolkingsgroei in relatie tot de vergrijzing en verjonging. Deze bevolkingsgroei gaat nl. harder dan de groei van de vergrijzing en minder minder maar toch nog sneller dan het achterblijven van de verjonging. Dit betekent volgens mij dat een groot contingent van de potentiele beroepsbevolking tussen 34 en 55 jaar is en we dus de komende 20 jaar met een grote afname van de beroepsbevolking te maken krijgen. Dit met alle gevolgen vandien.
Nu is deze problematiek natuurlijk niet nieuw. Reeds in 1968, 1973 werd onderzoek gedaan met als titel "Oudere werknemers binnen een grote Nederlandse onderneming" melding gemaakt van de grote gevolgen die vergrijzing met zich mee kon brengen. Een reeks onderzoeken tussen 1969 en 1990 schetsten een steeds groter wordend probleem. Dit leidde echter niet tot draagvlak. Integendeel werkgevers en werknemers organisaties toonden zich tevreden met de gang van zaken. Onder andere, zo wordt voorondersteld, doordat voortijdige uittreding van oudere werknemers de werkgever ontlastte van de noodzaak om met de eigenaardigheden van de oudere werknemer rekening te houden.
Naar mijn mening zien we een voortzetting van deze trend in het heden. Het lijkt alsof het probleem niet leeft.
Met goede voorbeelden geven komen we er niet. Er moeten nu spijkers met koppen worden geslagen. Als we nu geen maatregelen dan ontstaan er in de jaren 2015 - 2020 en verder grote problemen op de arbeidsmarkt door een groot tekort aan geschoolde medewerkers. Daarnaast zullen dat dan ook nog medewerkers moeten zijn die de ontwikkelingen op de huidige arbeidsmarkt aankunnen en de daarvoor noodzakelijke flexibiliteit kunnen opbrengen.
Kortom een enorme uitdaging waar overheden (zowel lokaal, regionaal, landelijk als Europees) onderwijsinstellingen en werkgevers zich sterk voor moeten maken.
Vooralsnog zie ik te weinig ontwikkeling. Er zijn bijvoorbeeld nauwelijks bedrijven/organisaties die iemand van 50 jaar of ouder aannemen, er zijn nauwelijks bedrijven/organisaties die een demotiebeleid hebben.
Zo zijn er ook weinig bedrijven/organisaties die op strategisch niveau een voorwaarden scheppend pro-actief beleid hebben gestoeld op nieuwste technieken, op tactisch niveau een preventief beleid hebben en risico=analyses maken en op operationeel niveau een uitvoerend beleid hebben gericht op correctie en herstel.
Volgende week komt de sociaal -economische index aan de orde.
Uilenspieghel
Geraadpleegde literatuur:
Kerkhoff, W.H.C. (1993) De oudere werknemer. Kluwer Bedrijfswetenschappen
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Het probleem van de arbeidsmarkt wordt door de gemeente Breda volop gezien. Binnenkort wordt het jongste arbeidsmarktbeleid vastgesteld waarin op korte termijn wordt voorzien in een stijging van de werkloosheid maar binnen 2 jaar in een daling en tegelijkertijd weer stijging van de vraag op de arbeidsmarkt. Vorig jaar is er een regionaal programma "West-Brabant werkt door!" gestart met als doel om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt in de regio beter op elkaar af te stemmen. Daarin werken overheid, bedrijven en onderwijsinstellingen samen (de 3 O's).
BeantwoordenVerwijderenOf het allemaal genoeg is valt te bezien. Werkgevers hebben ook volgens mij nog niet door voor welk probleem zijn in de toekomst gesteld worden. Als ze dat wel zouden doen zouden ze inderdaad werk maken van leeftijdsbewust HRM-beleid en zorgdragen voor voldoende stageplaatsen.
Waar ik me ook over verbaas in je analyse is het aandeel kansarmen in Breda. Het armoedebeleid is in Breda goed. Het stimuleringsbeleid naar werk ook. Welke mogelijke oorzaken van dit achterblijven zie jij?
Ik ben benieuwd naar de volgende bijdrage.
Dag Henk,
BeantwoordenVerwijderenHet aandeel kansarmen verbaast mij ook.
In de toelichting op de indicatie kansarmen stellen de samenstellers van de Atlas voor Gemeenten 2009 het volgende: "Het opleidingsniveau, de afkomst en de gezinssamenstelling van een persoon - blijkt gegeven de beschikbaarheid van werk - in belangrijke mate de kans op werkloosheid te bepalen; het aandeel laagstopgeleiden, Turken, Marokkanen, Antillianen en eenoudergezinnen in een gemeente hangt sterl significant samen met het werkloosheidspercentage (de samenstellers verwijzen bij deze stelling naar G.A. Marlet, M. Bosker, C.M.C.M. Woerkens, 2008: De schaal van de stad. Stadsspecifieke kansen en problemen, en de schaal waarop ze sspelen (Stichting Atlas voor Gemeenten, Utrecht))
Een op basis van de uitkomsten uit die modelschattingen gewogen combinatie van deze bevolkingsgroepen levert de hier gepresenteerd 'kansarme' bevolkingsgroep op. Die bevolkingsgroep als percentage van de beroepsbevolking is uitgedrukt in een index van 0 tot 100. De omvang van de groep kansarmen correlleert overigens niet een op een met het werkloosheidspercentage omdat er nog een andere belangrijke factor is die de verschillen in werkloosheid tussen steden verklaart: de beschikbaarheid van banen".
Op dit moment heb ik niet dierect een antwoord op jouw vraag wat de mogelijke oorzaken kunnen zijn. Ik zou om te beginnen nog eens goed naar de cijfers kijken.
Als ik het Concept Visie Arbeidsmarktbeleid 2009-2015 met als ondertitel IEDEREEN DOET, WANT IEDEREEN IS NODIG! neem, dan zie ik in de bijlagen III (werkloosheidsstructuur in Breda) en IV (sociale achterstand per wijk in Breda) cijfers die moeilijk te vergelijken zijn. Nader onderzoek is dus nodig. Wel wordt in de Atlas voor Gemeenten 2009, en ik loop nu vooruit op wat ik volgende week wil beschrijven, aangegeven dat in de gemeente Breda de ontwikkeling van de werkgelegenheid toch wat achterblijft bij het gemiddelde van de 50 grootste gemeenten en dat de stuwende werkgelegenheidsgroei zelfs fors achterblijft met een 41ste plaats op de ranglijst.
Kortom nog voldoende te onderzoeken. Samen eens wat tijd voor uittrekken??
Goedemiddag,
BeantwoordenVerwijderenIk kon veel informatie halen uit uw blog die ik nodig heb voor een praktische opdracht van economie. De vraag die ik moet beantwoorden is: Hoe zit de beroepsbevolking van Breda in elkaar? Ik werd overladen aan informatie door de gemeente, maar nergens stond duidelijk hoe en wat. U geeft in uw blog een beetje informatie over hoeveel procent van de beroepsbevolking tussen de 55 en 64 jaar is en hoeveel pocent welk opleidings niveau heeft. Mijn vraag is of u mij informatie zou kunnen opsturen die iets vollediger is zodat ik een goed beeld krijg van de beroepsbevolking.
Groetjes een leerling
mijn e-mail: yvonne_girl_martens@hotmail.com (graag verwijderen na gebruik)